Blog 1: Kopenhagen, 8 december 2009

Brutale landen en dode paarden in Kopenhagen
Het begint druk te worden in Kopenhagen. Alles is op z'n Deens goed georganiseerd, maar het is nu al dringen: een stoel is nog te bemachtigen, een plekje aan een tafel al bijna niet meer. Maar de sfeer is goed; veel constructieve signalen over wat er volgende week op de agenda moet wanneer de regeringsleiders vergaderen. De verwachtingen waren van tevoren zo getemperd, dat de stemming nu bepaald wordt door de gedachte dat het alleen maar beter kan worden. Er is over het algemeen een gezamenlijk streven naar een agenda waarmee resultaten bereikbaar zijn.
Dan gaat het natuurlijk om de reductiedoeleinden van de rijke landen en het geld dat beschikbaar moet komen voor de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. Daarvan hangt namelijk af in hoeverre de grote ontwikkelingslanden bereid zijn hun eigen uitstoot van CO2 te reduceren.
Dan gaat het natuurlijk om de reductiedoeleinden van de rijke landen en het geld dat beschikbaar moet komen voor de aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. Daarvan hangt namelijk af in hoeverre de grote ontwikkelingslanden bereid zijn hun eigen uitstoot van CO2 te reduceren.
Dood paard van Saoedi Arabië
Maar er zijn ook ondermijnende krachten: landen die onderwerpen op de agenda willen die je als ?dood paard? kunt zien (en het trekken daaraan vult met gemak de beschikbare tijd). Voorbeeld is Saoedi Arabië, dat zich heeft voorgenomen de gehele wetenschappelijke discussie over opwarming van de aarde nog eens over te doen in de conferentiezaal.
De olieproducerende landen laten zich sowieso zien van hun brutaalste kant: ze presenteren zich als toekomstig klimaatslachtoffer en eisen hun deel op van het geld dat straks in de adaptatie-pot komt (het geld dat bedoeld is voor aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld extreme droogte, meestal in de allerarmste landen). Redenatie: als er straks minder CO2 uitgestoten mag worden, worden fossiele brandstoffen minder populair. Dat gaat ten koste van onze olieverkoop. Dus lijden wij schade door klimaatverandering. Het is duidelijk hoe Afrika hierop heeft gereageerd, want dat geld is natuurlijk bedoeld voor zaken als waterputten.
De olieproducerende landen laten zich sowieso zien van hun brutaalste kant: ze presenteren zich als toekomstig klimaatslachtoffer en eisen hun deel op van het geld dat straks in de adaptatie-pot komt (het geld dat bedoeld is voor aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld extreme droogte, meestal in de allerarmste landen). Redenatie: als er straks minder CO2 uitgestoten mag worden, worden fossiele brandstoffen minder populair. Dat gaat ten koste van onze olieverkoop. Dus lijden wij schade door klimaatverandering. Het is duidelijk hoe Afrika hierop heeft gereageerd, want dat geld is natuurlijk bedoeld voor zaken als waterputten.
Ballonnen doorprikken
En wat doen wij, de WNF-ploeg? Wij prikken ballonnetjes door. Want hoe meer ballonnetjes nu al worden geëlimineerd, hoe steviger de afspraken over CO2-reductie worden. Daarom geven we achtergrondinformatie over de werkelijkheid achter reductie-beloften van rijke landen. Wie z?n CO2 gemakshalve reduceert door het behoud van z?n eigen bossen mee te tellen, of ? zoals de voormalige Oostblok-landen - de verminderde uitstoot door het instorten van de economie na de val van de Sovjet-Unie (we noemen dat ?hot air?), kan rekenen op een prik. De landen die per hoofd van de bevolking de meeste CO2 uitstoten (Nederland staat trouwens op plaats 7 van de wereldranglijst), zullen ook het meest moeten reduceren. Alleen dan kunnen we van China, Brazilië en India eisen dat zij ? terwijl hun economie strek groeit ? ook harde afspraken maken over schoner werken.