Spring naar content

Dossier Zeehondenjacht

Interview Johan van de Gronden

Om zich ter plekke op de hoogte te stellen van de problematiek rond de zeehondenjacht, reisde algemeen directeur Johan van de Gronden van het WNF eind januari 2007 af naar St Johns, een kustplaats op het Canadese eiland Labrador, waar veel zeehondenjagers leven. Hij sprak er met vissers, jagers en overheidsmensen. De webredactie sprak met Van de Gronden over zijn ervaringen.

Bekijk ook de film van zijn ervaringen.

"Canadezen hebben een hele andere natuurbeleving"
“Als er een ding is wat ons van de Canadezen scheidt, dan is ‘t wel de zeehondenjacht. Al jaren wordt er in Nederland tegen de jacht geprotesteerd, maar in Canada lijken ze zich er eigenlijk niks van aan te trekken. Zijn ze daar echt zo wreed, vroeg ik me af? Daarom wilde ik zelf met de mensen praten, en ik wilde ook rechtstreeks mijn grote bezorgdheid uiten over wat daar ieder jaar gebeurt”. Aan het woord is Johan van de Gronden, sinds 1 augustus 2006 algemeen directeur van het WNF.

“Het was een hele ontnuchterende reis”, aldus Van de Gronden.“Wij Nederlanders vinden de zeehondenjacht weerzinwekkend, zinloos en nergens voor nodig. Als je denkt aan die beelden van die witte, pas geboren pups. Vreselijk! Gelukkig heeft Canada de jacht op deze ‘whitecoats’ al in 1987 verboden, maar de jacht op de oudere pups gaat gewoon door.”

“Mij viel op dat de Canadezen een hele andere natuurbeleving hebben. De kustbewoners die we hebben gesproken, waaronder ook Inuit, leven heel dicht bij de natuur. Ze leven in afgelegen, vaak verarmde dorpjes, en maken al generaties lang gebruik van alles wat het land en de zee te bieden heeft: hout, wilde vruchten, rendieren, maar ook vissen, schelpdieren en zeehonden. Zij maken geen onderscheid tussen het doden van vissen en het doden van zeezoogdieren. Beide soorten zijn voor hen een legitieme manier om inkomen te verwerven. Als wij zeggen, dat we zeehondenjacht wreed en weerzinwekkend vinden, vinden ze ons hypocriet en zeggen zij: waarom doen jullie dan niks aan de bioindustrie?"

Wrede jachtmethodes
“Ik heb in Canada herhaaldelijk mijn bezorgdheid geuit over de wreedheid. De Canadezen gaven aan dat circa 90 % van de zeehonden wordt geschoten en circa 10 % met de ‘hakapik’, de knuppel, wordt gedood. Dat waren voor mij nieuwe cijfers. Maar tegelijkertijd zegt mij dat ook weer niet zo veel. Wel werd mij duidelijk”, aldus Van de Gronden, “dat door de campagnes van dierenwelzijnsorganisaties de Canadese regering heeft ingezien dat het nodig is om wrede jachtmethodes tegen te gaan. Maar er is nog een lange weg te gaan. Dat dierenwelzijnsorganisaties vanuit hun doelstellingen en expertise de zeehondenjacht de hoogste prioriteit geven, vind ik een goede zaak”.

Biodiversiteit
Wat de discussie over de zeehondenjacht zo complex maakt, is dat het voor het WNF als natuurbeschermingsorganisaties vooral van belang is om te kijken naar de vraag of de populatie als soort wordt bedreigd. Dat is met de zeehonden in Canada niet het geval. Het totaal aantal geschatte dieren waarop wordt gejaagd, is met 5,5 miljoen de afgelopen decennia nog nooit zo groot geweest. Terwijl 5.000 andere soorten wereldwijd wel met uitsterven worden bedreigd. Van de Gronden: “Denk aan de panda (1.600 exemplaren), de Siberische tijger (circa 500) en de orang utan (50.000).

Dierenwelzijnsorganisaties zeggen wel eens dat wij als WNF iets aan de zeehondenjacht moeten doen. Maar vanuit onze doelstelling om de biodiversiteit in stand te houden, hebben we strikt genomen geen harde argumenten om de Canadese overheid tot de orde te roepen. Hoe zinloos ik die zeehondenjacht ook vind, ik kan niet anders dan trouw blijven aan onze doelstellingen en me 100 % inzetten waar we voor zijn opgericht. Namelijk voor het behoud van die diersoorten die nu daadwerkelijk dreigen te verdwijnen. Die hebben onze hulp nu het hardst nodig”.

Veiligstellen
“Onze verantwoordelijkheid als WNF ligt in het veiligstellen van de toekomst voor de zadelrobpopulatie als geheel”, vervolgt de directeur. “En daar ben ik niet gerust op. We weten dat door klimaatverandering de ijsbeer het al heel moeilijk heeft. De zeehond kan hetzelfde overkomen. Want als er geen ijs meer is, kunnen de vrouwtjes geen jongen werpen. Door deze dreiging, in combinatie met allerlei opkomende markten in China en Rusland, maak ik me wel zorgen. Er is niet alleen vraag naar de vacht, maar ook naar de olie, die goed zou zijn voor hart- en bloedvaten. Ik heb tijdens mijn gesprekken voorgesteld om ecotoerisme te ontwikkelen. Kijken naar zeehonden, levert wellicht meer op dan zeehonden bejagen. Maar omdat het gebied zo afgelegen is, en koud, blijkt het toch moeilijk om toeristen te trekken. De zeehondenjacht is een echte industrie geworden en ik ben bang dat de Canadezen in de verleiding kunnen om door te gaan met de jacht, ook wanneer dat in de toekomst niet meer verantwoord is. Wij houden de jacht dan ook scherp in de gaten en proberen met ons klimaatwerk en met ons natuurbeschermingsplan in de Grand Banks het leefgebied voor de zeehond veilig te stellen.