
© WNF
Blogs Missie SILA
Hier zullen gedurende de reis de persoonlijke verslagen verschijnen van Johan van de Gronden, Robbert Dijkgraaf, Erik Oostwegel en de Prins van Oranje
Opbouw tentenkamp

© WNF
Boottocht tussen de ijsbergen

© Foto: Gert Polet (WWF)

© Foto: gert Polet, WNF
Reisverslagen

© Foto: Marc Cornelissen/WNF
Na twee dagen was het afscheid daar, zowel van onze vrienden van ESA als ook van het idyllische Ilulissat. Terug naar Kangerlussuaq voor het tweede deel van Missie SILA, de rondetafelconferentie met de Groenlandse overheid waar wij veel van verwachten. De daadwerkelijke locatie van onze besprekingen is echter een ruim uur ten oosten van het vliegveld, vlak onder de imposante Russel gletsjer.
In de bus naar het kamp had ik al de gelegenheid informeel kennis te maken met onze gesprekspartners onder wie premier Kleist, zijn onderminister van Buitenlandse Zaken en de voorzitter van de Inuit Circumpolar Council (ICC), waarin alle inheemse volkeren van het Arctisch gebied vertegenwoordigd zijn. Dankzij de indrukwekkende omgeving en de zeer ontspannen sfeer arriveerden wij vol goede moed in Russel Camp om in besloten kring op open en directe Hollandse wijze enkele heikele onderwerpen aan te snijden.
Bij zijn inleidende woorden begon premier Kleist over het concept Sila en wat dat voor de Inuit betekende. Op dat moment bekroop mij het nare gevoel, dat wij onze gastheren misschien beledigd hadden met het lenen van een woord uit hun taal. Je moet altijd goed oppassen als je een woord leent uit een taal die je niet kent omdat je onbedoeld een bepaalde betekenis of lading over het hoofd ziet die een averechts effect kan hebben. Dat heb ik zelf eerder in Mexico al eens ervaren. Maar gelukkig was de premier juist zeer te spreken over de keuze van de naam voor onze missie. Sila is de oerkracht achter alles wat leeft en omvat daarmee niet alleen het weer en het landschap, maar ook de innerlijke wereld van de mens. Daarmee omschrijft Sila volgens Kleist dan ook precies wat onze missie is. Ik merk aan onze delegatie, dat iedereen weer gerust ademhaalt na deze openbaring.
Als missie op uitnodiging van het Wereld Natuur Fonds hebben we besloten vooral te luisteren naar de wensen van onze Groenlandse gesprekspartners zonder te oordelen. We moeten zien waar wij als WNF, maar ook als Nederlands bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid bruggen kunnen slaan om die wensen duurzaam uitvoerbaar te maken. De laatste jaren was het gevoel ontstaan dat iedere economische ontwikkeling in het Arctisch gebied bij voorbaat als niet duurzaam en dus onverantwoord werd afgewezen. Dit heeft duidelijk kwaad bloed gezet bij de inheemse bevolking en premier Kleist geeft nogmaals te kennen dat Groenlanders bij uitstek beseffen hoe belangrijk een goed milieu en leven in harmonie met de omgeving is. Anders kun je nooit overleven in deze barre omstandigheden. Bovendien hebben zij zelf geen enkele bijdrage geleverd aan de oorzaken van klimaatverandering, maar ervaren zij de gevolgen dagelijks in extreme mate. En, zoals ieder mens, hebben ook zij het recht zich verder te ontwikkelen. Om een duurzame ontwikkeling mogelijk te maken moeten alle opties onderzocht worden, inclusief exploratie van olie en gas, ontginning van minerale bodemschatten en toerisme. Alleen inzetten op de mogelijkheden voor landbouw en veeteelt die zich nu in het zuiden van Groenland beginnen voor te doen kan nooit voldoende zijn om werkgelegenheid die verloren is gegaan in de traditionele jacht en visserij op te vangen.
In de discussie die hierop volgde hebben wij onze uiterste best gedaan Nederland als een betrouwbare partner voor deze wensen te presenteren. Wij hebben de kennis en kwaliteiten in huis die zo nodig zijn om Groenland in deze fase bij te staan en bovendien zijn wij neutraal: geen Arctische natie, geen tegenstrijdige belangen en bovendien een land met internationaal aanzien. En dat ze hulp van betrouwbare partners nodig hebben is duidelijk, omdat de Groenlanders willen leren van best practices in het buitenland en het schier onmogelijk is deze immense klus met een bevolking van minder dan 60.000 te klaren.
Het feit dat onze Groenlandse vrienden meteen enthousiast reageerden op onze voorstellen om deze ronde tafel in Nederland een vervolg te geven kan een indicatie zijn dat zij zeer geïnteresseerd zijn in verdere intensieve samenwerking met Nederland. Ook het feit dat de premier, die overmorgen de Arctische Raad met onder andere de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Clinton en de Russische minister Lavrov voor moet zitten, de tijd nam om met ons in dialoog te gaan, geeft aan hoe veel waarde men hier hecht aan missies zoals de onze.
Deel twee van het programma was de officieuze lancering van Roots2Share. Het Volkenkundig Museum in Leiden en het Museon in Den Haag beschikken over een enorme collectie foto’s van enkele gemeenschappen in Oost Groenland die nu digitaal ter beschikking gesteld worden aan twee Groenlandse musea. Diederik Veerman, curator van Museon, heeft op creatieve Hollandse wijze een flatscreen uit de aankomsthal van het vliegveld van Kangerlussuaq geleend. Hierop wordt een zeer informatieve presentatie verzorgd in de tent van Russel Camp, waarbij ook een klein deel van de imposante fotocollectie van Gerti en Noortje Nooter wordt getoond. Bijzonder is de reactie van enkele Inuit die zichzelf of overleden familie op de foto terugzien. Die emoties tonen meteen ook het belang aan van zo’n project als Roots2share.
Na het schrijven van dit blog wordt het tijd voor de BBQ. Hoewel de zon nog hoog aan de hemel staat is de warmte vervangen door een koude wind van de Russel gletsjer en kunnen wij ons aan de BBQ opwarmen. Morgen nog een prachtige dag en nacht op de ijskap en dan woensdagavond in white tie voor het jaarlijkse diner met het Corps Diplomatique in het Paleis op de Dam. Een grotere tegenstelling kan ik mij nauwelijks voorstellen.

© Foto: Marc Cornelissen/WNF
Zondag 8 mei, Erik Oostwegel
Terwijl ik dit typ heb ik een adembenemend uitzicht op een oneindig lijkende hoeveelheid ijsschotsen die hier voor ons hotel langs de kust van Ilulissat voorbij drijven. Maar is het daadwerkelijk oneindig? In het teken daarvan staat deze hele trip natuurlijk.
Zoals Robert Dijkgraaf gisteren al schreef, zijn wij hier nog steeds zwaar onder de indruk van het veldwerk dat wordt uitgevoerd door de mannen op de ijskap. De lezingen van Malcom Davidson, (Validation Campaign Manager), Duncan Wingham (Professor of Climate Physics at University College London en autoriteit op het gebied van de beweging en verandering van de omvang van ’s werelds ijskappen) en Prof Volker Liebig (Directeur ESA’s Earth Observation programma) van het ESA-team waren een mooie warming up. Het ging voor mij echter pas echt leven na dat bezoek aan de mannen in het veld. Grappig om te zien dat al die ontzettend precieze berekeningen uiteindelijk met redelijke rauwe verificaties worden gestaafd.
Ook zondag begonnen we met twee lezingen, dit maal van Nederlandse experts: dr Roderik van de Wal (Institute for Marine and Atmospheric Research) en dr Appy Sluis (Biomarine Sciences), beiden verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Het blijkt dat de internationale wetenschappers de dikte van de ijskap monitoren. Ik vind het eigenlijk opmerkelijk dat ze vooral monitóren en proberen te begrijpen wat er gebeurt. Modellen maken voor de toekomst zien ze niet zo zitten. De data hiervoor vinden ze nog veel te dun. Wij ingenieurs zijn steeds bezig vooruit te kijken (plannen, ontwerpen, scheppen, de toekomst). Deze mannen hebben veel meer de rust om het verleden tot en met vandaag te bestuderen.
Na de lezingen zijn we, begeleid door Marc Cornelissen, een hondenslede tocht gaan maken. Je moet immers toch wat op zondagmiddag! Het valt me op dat de honden ook tijdens hun klus tijd vinden om onderling te ruziën en dat steeds bij dezelfde honden het trekkoord slap hangt. Ze lijken toch meer op mensen dan ik dacht!
Marc geeft ons voordurend weer handige tips over hoe we het beste met de kou kunnen omgaan: het geheim blijkt een hele hoop laagjes kleding. De complexiteit van de daarmee te creëren combinaties moet men daarbij overigens niet onderschatten! Naast kleding is een stevig ontbijt ook belangrijk: Nou weet ik dat mijn Russische Royal Haskoning collega's er wat van kunnen onder het mom dat de temperatuur veel van ze vraagt. Maar ik hoor hier dat de mannen op de ijskap zo'n 6000 kcal voor het ontbijt dienen te verstouwen om het lichaam voldoende brandstof te geven voor de dag in de kou. Ik heb even zitten rekenen, maar dat is ruim 2 keer zoveel als ik normaal op een hele dag eet!
Enfin, we gaan zo naar een lezing luisteren van prof dr Erik Jaap Molenaar (Netherlands Institute for the Law of the Sea) en dan morgen in alle vroegte op weg naar Russell Camp aan de rand van de ijskap van Russell Glacier. Ik ben zeer benieuwd naar de inzichten van het Groenlands gezelschap (waaronder de Premier) dat we daar gaan ontmoeten ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van hun land. Even los van alle ecologische en klimaat-uitdagingen die daarmee gepaard gaan, komen met de afnemende ijskap allerlei kansen voor verdere economische ontwikkeling in zicht. Zo zijn de grove schattingen dat Groenland zo’n 25% van ’s werelds gasreserves en wel 15% van de oliereserves herbergt, om van de enorme hoeveelheid andere delfstoffen nog maar niet te spreken. De eerste concessies zijn reeds uitgegeven. Een golfstaat in de Arctic? Het moet voor de ca 65.000 inwoners toch wel erg aantrekkelijk klinken. Maar in hoeverre zijn ze bereid en in staat om het zo duurzaam mogelijk aan te pakken? Hoe kunnen wij, vanuit Nederland bijvoorbeeld, ze daarbij ondersteunen?

© Foto: Marc Cornelissen/WNF

© Foto: Marc Cornelissen/WNF

© WNF
Het is een wat wonderlijke week. Als de ziel te paard gaat, dan bevindt de mijne zich nog ergens tussen St Gallen en de Lage Landen. De afgelopen dagen nam ik in Zwitserland deel aan de jaarvergadering van het Wereld Natuur Fonds. Zoals altijd een kleurrijk en zeer geanimeerd evenement, waar je in enkele dagen meer dan 100 collega’s spreekt, projecten evalueert, nieuwe plannen smeedt en samen besluiten neemt die de hele organisatie, van Wellington tot Warschau aangaan. De Nederlandse tak van het WNF – de grootste na de Verenigde Staten – heeft een dikke vinger in de mondiale pap. Dat is vooral te danken aan de steun van honderdduizenden in eigen land.