Klimaatverandering

Ontbossing en klimaat
De wereldwijde kap van 36 voetbalvelden bos per minuut (!) heeft grote gevolgen voor planten en dieren. Door ontbossing verliezen bijvoorbeeld tijgers, gorilla's en jaguars hun leefgebied.
Er is nog een verliezer: de mens. Meer dan een miljard mensen is voor haar levensonderhoud direct afhankelijk van bossen. En dan is er de dreiging van klimaatverandering. In bomen zit veel CO2 opgeslagen, dat vrijkomt als bos wordt gekapt of verbrand.
Ontbossing is verantwoordelijk voor 15% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en een belangrijke oorzaak van klimaatverandering. Zo is ontbossing in Brazilie zelfs verantwoordelijk voor meer dan de helft van de totale CO2 uitstoot van dit land.
Er is nog een verliezer: de mens. Meer dan een miljard mensen is voor haar levensonderhoud direct afhankelijk van bossen. En dan is er de dreiging van klimaatverandering. In bomen zit veel CO2 opgeslagen, dat vrijkomt als bos wordt gekapt of verbrand.
Ontbossing is verantwoordelijk voor 15% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en een belangrijke oorzaak van klimaatverandering. Zo is ontbossing in Brazilie zelfs verantwoordelijk voor meer dan de helft van de totale CO2 uitstoot van dit land.
Strijd tegen klimaatverandering
Om een gevaarlijke temperatuurstijging te voorkomen, vindt WNF dat deze wereldwijd beperkt moet blijven tot maximaal 2 graden Celsius. Een van de uitgangspunten is dat klimaatverandering alleen wordt gekeerd als de CO2-uitstoot in geïndustrialiseerde landen als Nederland drastisch minder wordt. Bijvoorbeeld door wind- of zonne-energie of, nog beter, minder energieverbruik.
Daarnaast is het erg belangrijk dat verdere ontbossing zo snel mogelijk wordt gestopt. WNF is al jaren actief in de Amazonelanden, Centraal-Afrika en Indonesië om bossen te beschermen. Dat gebeurt onder meer door het stimuleren van FSC en door bossen tot beschermd gebied uit te laten roepen. Ook maakt WNF zich hard voor strenge Europese wetten tegen illegale houthandel.
Daarnaast is het erg belangrijk dat verdere ontbossing zo snel mogelijk wordt gestopt. WNF is al jaren actief in de Amazonelanden, Centraal-Afrika en Indonesië om bossen te beschermen. Dat gebeurt onder meer door het stimuleren van FSC en door bossen tot beschermd gebied uit te laten roepen. Ook maakt WNF zich hard voor strenge Europese wetten tegen illegale houthandel.

REDD
Er is een nieuw instrument om bosbescherming te financieren, die wordt samengevat onder de afkorting REDD (Reduced Emissions from Deforestation and forest Degredation). Ontbossing vindt plaats omdat veel geld wordt verdient met het kappen van bos en door het land te gebruiken voor gewassen als soja en oliepalmen. Daarmee vergeleken levert bos dat blijft staan weinig geld op. Omdat ontbossing een van de grootste veroorzakers is van klimaatverandering, is het vanuit dat oogpunt belangrijk financieel te investeren in bosbescherming. Het laten staan van bos levert dan wel geld op en wordt daarmee gestimuleerd. Dat is de essentie van REDD.
WNF en REDD
REDD heeft echt kans van slagen als er internationale overeenstemming is over de toepassing. Het Wereld Natuur Fonds is dan ook actief tijdens de internationale onderhandelingen over CO2-reductie.
Ook in Nederland stimuleert WNF de overheid om geld te steken in REDD-projecten. Daarnaast is ze actief in de bosrijke landen waar REDD kan worden toegepast. Omdat WNF hier al jaren projecten uitvoert heeft ze veel veldkennis en contacten met de overheid en de lokale bevolking. WNF voert op dit moment dan ook een aantal proefprojecten uit in landen als Suriname en Indonesië om REDD te testen en de landen voor te bereiden op de toepassing.
Ook in Nederland stimuleert WNF de overheid om geld te steken in REDD-projecten. Daarnaast is ze actief in de bosrijke landen waar REDD kan worden toegepast. Omdat WNF hier al jaren projecten uitvoert heeft ze veel veldkennis en contacten met de overheid en de lokale bevolking. WNF voert op dit moment dan ook een aantal proefprojecten uit in landen als Suriname en Indonesië om REDD te testen en de landen voor te bereiden op de toepassing.