Reuzenpanda: Bedreigingen en oplossingen
Te weinig oerbossen voor panda
Ongeveer de helft van de reuzenpanda's leeft in de pandareservaten die de Chinese regering heeft opgericht. In die reservaten is het relatief veilig voor ze, maar er lopen nog steeds stropers rond. Hoewel die meestal jagen op herten en ander wild, komen in hun strikken ook panda's terecht.
Een nog veel groter probleem voor de panda’s is dat er voor hen te weinig oerbossen met bamboe over zijn. De reservaten liggen als losse eilandjes van elkaar gescheiden en het bos tussen de reservaten wordt steeds meer bedreigd door de bouw van bijvoorbeeld wegen, mijnen en dammen. Een panda moet van het ene naar het andere bamboebos kunnen trekken. Dan komt hij panda’s tegen die geen directe familie zijn, waardoor hij sterkere jongen krijgt.
Verhuizen is ook nodig omdat bamboestruiken van één bepaalde soort elke dertig tot tachtig jaar allemaal sterven. Toen dat twintig jaar geleden in het Chinese Wanglang reservaat gebeurde, bleven er van de bijna tweehonderd panda’s die daar leefden maar een stuk of tien over. Vroeger trokken panda’s, wanneer de bamboe dood ging, naar bos met een andere soort bamboe. Die andere bossen zijn er nu misschien wel, maar door dorpen, wegen en boerderijen voor de panda bijna niet te bereiken.
Wereld Natuur Fonds traint Chinese pandabeschermers
Veel van de Chinese reservaten zijn nog niet echt veilige plekken voor de panda. Er lopen nog steeds veel stropers rond. Zij jagen op herten, maar in de strikken die zij gebruiken, komen ook panda's terecht. Het Wereld Natuur Fonds traint de Chinese parkwachters hoe ze stropers kunnen opsporen. De beheerders van de reservaten wordt geleerd hoe ze de mensen in de omgeving meer kunnen betrekken bij het beschermen van de panda.
Vroeger was het kappen van bomen voor de mensen in de omgeving van de reservaten een belangrijke bron van inkomsten. Nu dat verboden is, helpt het Wereld Natuur Fonds met het vinden van pandavriendelijke manieren om geld te verdienen, zoals het rondleiden van toeristen die de natuur komen bewonderen. Ook helpt het Wereld Natuur Fonds met het tellen van de panda’s. Dit gebeurt nu weer voor het eerst sinds tien jaar.