Spring naar content

Reuzenpanda: Leefwijze

Van vlees naar bamboe

Panda 41500
Panda’s eten bamboe: de bladen, maar ook de harde stengels. Aan hun gespierde kaken is te zien dat ze veel en lang moeten kauwen. Panda’s hebben aan hun voorpoten ook een soort duim, die andere beren niet hebben. De panda gebruikt die om takken en stengels vast te houden. Bamboe is voor de panda geen gemakkelijk te verteren voedsel. Hij moet er erg veel van eten om voldoende voeding naar binnen te krijgen. Panda’s waren niet altijd planteneters. Uit hun gebit en hun darmen blijkt dat ze vroeger vlees aten. De panda hoort daarmee tot de roofdieren

Pandajong kaal en roze

Pasgeboren panda’s zijn ongeveer zo groot als een appel. Ze zijn vrijwel kaal, blind en roze van kleur, wat een flink verschil is met hun dikbehaarde moeder van een kilo of honderd. Met een dag of tien, krijgt het pandajong zijn eerste dons. Pas na twee maanden gaan zijn ogen open. In de tussentijd leeft hij van moedermelk. Met een maand of vier knaagt hij zijn eerste bamboestengels. Na anderhalf jaar kan een jonge panda voor zichzelf zorgen en verlaat hij het nest. Pandavrouwtjes krijgen, als het goed met ze gaat, vanaf hun derde jaar ongeveer elke twee jaar een jong. Daar zorgen ze alleen voor. Panda’s planten zich maar moeizaam voort.

Op zichzelf en schuw

Panda’s leven op zichzelf. Mannetjes en vrouwtjes komen aan het eind van de lente een paar dagen bij elkaar om te paren, maar verder bemoeien ze zich niet met hun soortgenoten. Ook andere dieren gaat de panda zoveel mogelijk uit de weg. Met zijn gespierde kaken en scherpe nagels zou hij heel wat gevechten makkelijk kunnen winnen, maar de panda zoekt dat niet op. Zijn opvallende uiterlijk vertelt deze zelfde boodschap: laat mij maar liever met rust, ik ben veel te gevaarlijk.