Spring naar content

Neushoorns: Leefwijze

Neushoornmenu: planten en gras

Witte neushoorn
Neushoorns zijn groeneters. Ze eten op een dag tientallen kilo’s gras, bladeren en takken. Hun voedsel verschilt met de plek waar ze wonen. De witte neushoorn leeft bijvoorbeeld op het vlakke Afrikaanse land en eet vooral gras. De zwarte neushoorn eet jonge boompjes uit de bossen waar hij leeft. Op één dag lust hij er wel 250. De eetgewoonten van de verschillende soorten neushoorn zijn terug te zien in hun uiterlijk. De brede bovenlip van de witte neushoorn is handig bij het gras eten. De zwarte neushoorn gebruikt zijn puntige bovenlip om bladeren van de takken te trekken.

Neushoorn ziet slecht

Indische neushoorn
De neushoorn maakt indruk. Zelfs de kleinste soort, de Sumatraanse neushoorn, weegt nog 800 kilo. De zwaarste, de zwarte neushoorn, kan tot 3.600 kilo wegen. Met hun dikke huid en zware lijf, kunnen ze er uit zien als een standbeeld. De neushoorn heeft slechte ogen, maar uitstekende oren en neus. Wanneer hij iets hoort of ruikt dat gevaarlijk kan zijn, is hij beslist geen standbeeld meer. Een neushoorn stormt als het nodig is met een snelheid van vijftig kilometer per uur op zijn vijand af. Vaak hoeven ze dat niet te doen, want andere dieren laten de neushoorn liever met rust.

Na tien minuten op eigen benen

Indische neushoorn met jong in het Chitwan National Park (Nepal)
Neushoornvrouwtjes krijgen maar eens in vier of vijf jaar een jong. Die zijn bij de geboorte meteen al flink stevig en wegen tientallen kilo’s. Ze hebben nog geen hoorn, maar op hun neus zit wel een soort wrat. Na een week of vijf is die bobbel een hoorn geworden. Tien minuten na de geboorte staat een neushoornjong al stevig op zijn dikke poten. Neushoornjongen blijven een jaar of drie, vier bij hun moeder. Wie in die tijd een neushoornjong iets zou willen doen, krijgt met een erg kwade moeder te maken.

Neushoorn meestal alleen

Zwarte Neushoorn
De meeste neushoorns leven op zichzelf. Alleen de witte neushoorn leeft soms in kleine groepen en de eerste drie of vier jaar leeft een neushoornjong bij zijn moeder. Daarna gaat hij zijn eigen weg. Neushoorns laten aan elkaar en aan andere dieren met hopen poep zien en ruiken welk gebied van hen is. Vrouwtjes laten nog wel eens andere neushoorns in hun gebied toe, maar mannetjes niet. Komt er toch een andere neushoorn, dan sproeit het mannetje urine op boomstronken en rotsen om aan de ander te laten ruiken dat het zijn terrein is. Is dat niet voldoende, dan komt de hoorn er aan te pas. Alleen in de paartijd zoeken mannetjes en vrouwtjes elkaar op.