Olifant: feiten en cijfers
Aziƫ en Afrika

In de IJstijd leefden olifanten vrijwel in heel Afrika, bijna overal in Azië en ook in Europa en Noord-Amerika. Honderd jaar geleden leefden ze nog steeds in heel midden en zuidelijk Afrika en in heel zuidelijk Azië. In Afrika en Azië is hun leefgebied nu zeer beperkt: in en rond beschermde parken in Afrika en in de laatste resten oerwoud in Azië, vooral in India.
Aziatische en Afrikaanse olifant
Olifanten zijn al 35 miljoen jaar op de wereld en sinds die tijd zijn er wel driehonderd verschillende soorten geweest. Nu zijn er nog twee: de Afrikaanse olifant en de Aziatische olifant. De twee zijn familie van elkaar, maar waarschijnlijk al sinds de ijstijd ieder hun eigen weg gegaan.
Aziatische olifant (Elephas maximus)
- 2,5 meter hoog en 5.000 kilo zwaar
- vrouwtjes geen slagtanden
- kleine oren
- slurf met één puntje
- twee bulten op het voorhoofd
- rug met een bochel

Afrikaanse olifant (Loxodonta africana)
- 3 meter hoog en 7.500 kilo zwaar
- lange slagtanden
- grote oren
- slurf met twee puntjes
- plat voorhoofd
- rechte of holle rug

Aantallen olifanten
In Afrika leven nog ongeveer 400.000 tot 500.000 olifanten. In Azië nog ongeveer 40.000. Olifanten zijn erg lastig te tellen. De aantallen zijn dan ook ruwe schattingen. In 1989 is vrijwel overal op de wereld de internationale handel in de slagtanden van de Afrikaanse olifant verboden. Handel in onderdelen van de Aziatische olifant was eerder al niet meer toegestaan. De illegale handel in ivoor is nog steeds een bedreiging voor alle olifanten.
Mammoeten
Een opvallend onderdeel van de olifant is zijn slurf. De slurf is een soort naar voren gegroeide lip en neus tegelijk, die de olifant al miljoenen jaren heeft. Verder leek het beest waar de olifant van afstamt niet veel op de olifant van nu. Meer op een varken met een slurf. Pas in de ijstijd waren er voor het eerst echte ‘olifantachtigen’, waarvan de mammoet de bekendste is. De mammoet leek veel op de olifant van nu, hij had alleen veel meer haar en gekrulde slagtanden. In Siberië en Alaska zijn mammoeten in het ijs gevonden, met alle huid en vlees er nog aan. Daardoor is over hen veel bekend, bijvoorbeeld dat ze helemaal niet zo groot waren als vaak wordt verteld. De olifanten van nu zijn groter dan de meeste mammoeten van toen.