Olifant: leefwijze
Bladeren en takken
Olifanten zijn planteneters. Dat is goed te zien aan hun vlakke kiezen, waarmee zij vrijwel de hele dag bladeren, takken, boomschors, gras en fruit vermalen. Zo’n honderd tot tweehonderd kilo per dag. Hun kiezen slijten daar behoorlijk van. Een olifant verliest daardoor tijdens zijn leven telkens een paar kiezen en kauwt dan verder met de volgende. Tot ze allemaal op zijn. Dan is hij een jaar of zestig en veel ouder zal hij niet worden omdat hij vanaf dat moment niet meer goed kan eten.

Olifantengeheugen
Olifanten onthouden precies waar ze eten en drinken kunnen vinden. Ze gebruiken soms honderden jaren lang dezelfde routes en dezelfde plaatsen om te eten en drinken. Het olifantenvrouwtje dat een groep leidt, kent die routes vaak nog van toen zij klein was en de weg werd gewezen door het olifantenvrouwtje dat toen de groep leidde. En die kende de routes weer van… Omdat olifanten goed kunnen onthouden en leren, worden ze in veel landen voor allerlei werk gebruikt, bijvoorbeeld om bomen te verslepen, als taxi, als legertank of in het circus.

Draagtijd: anderhalf jaar
Er komen maar heel langzaam nieuwe olifanten bij. Het vrouwtje van de Afrikaanse olifanten is ongeveer18 tot 22 maanden zwanger voor er een jong komt, het vrouwtje van de Aziatische olifant 20 tot 22 maanden. Zwanger worden gebeurt in een vrouwtjesleven maar eens in de vijf jaar. Een pasgeboren olifantenjong weegt ongeveer honderd kilo en heeft stugge, bruine haren. Als hij groter wordt, verdwijnen die, behalve bij zijn ogen en aan het puntje van zijn staart. Een olifantenjong drinkt de eerste twee jaar van zijn leven melk bij zijn moeder. Na die twee jaar weegt hij ongeveer vijfhonderd kilo.

© WWF
Vrouwtjes in groepen, mannetjes alleen
Vrouwtjesolifanten leven in groepen van een stuk of tien tot soms wel zeventig vrouwtjes en jongen. Mannetjesolifanten verlaten de groep als ze een jaar of tien zijn. Ze zwerven dan alleen rond. Soms vormen zij samen met andere mannen tijdelijk een kleine groep. Bij de kuddes van vrouwtjes en jongen, heeft het oudste vrouwtje de leiding. Zij wijst de weg naar het eten. In de groep houden de olifanten op verschillende manieren contact met elkaar. Ze geven seintjes met hun oren: plat tegen hun hoofd betekent bijvoorbeeld gevaar. Ze maken ook geluiden naar elkaar. Deze geluiden zijn zo laag van toon dat mensen ze alleen met speciale apparatuur kunnen horen. Ze gebruiken ook hun slurf om naar elkaar te trompetteren, elkaar te ruiken en elkaar aan te raken. En hun buik geeft signalen. Normaal rommelt die de hele dag, maar als er gevaar dreigt wordt alles doodstil.