Spring naar content

CITES 2010: Standpunten van WNf

Blauwvintonijn

© WWF/Brian J. Skerry

Atlantische blauwvintonijn

Het voorstel is om deze soort op appendix 1 te zetten. Blauwvintonijn is de afgelopen decennia met 85 procent in aantal achteruit gegaan als gevolg van overbevissing gedreven door een lucratieve internationale handel. Plaatsing op appendix 1 zou de drijfveer overbevissing wegnemen en visbestanden de tijd geven zich te herstellen

WNF ondersteunt dit voorstel.

Het volledige standpunt van WNF vind je hier (Engelstalig).

WNF voert in 2010 campagne voor een Happy End voor de blauwvintonijn.

Luie Bengaalse tijger in het Kanha Tijgerreservaat in India op een warme rots.

© Rajneesh Singh

Tijgers

Hoewel vrijwel alle soorten Aziatische katachtigen al sinds de jaren zeventig op Appendix 1 van CITES staan, zijn er nog maar 3200-3500 tijgers over in het wild. De 13 landen waar tijgers voorkomen, en de belangrijkste landen waar tijgers geconsumeerd worden, hebben wel toezeggingen gedaan tijdens de vorige CITES- conferentie, maar de illegale jacht en handel vinden nog steeds op grote schaal plaats.

WNF dringt bij de verdragslanden aan op een verbeterde handhaving van de wet en op het beschikbaar stellen van voldoende middelen daarvoor. Bovendien zou de rapportage over maatregelen die de landen nemen verbeterd moeten worden, onder andere door het opzetten van een database voor de handel in tijger(producten). Verder zouden we graag zien dat het wetenschappelijke comité van CITES gerichte actie onderneemt als landen niet de juiste maatregelen nemen. Grootschalige campagnes om de vraag naar tijgerproducten af te laten nemen zouden ook bijdragen aan het oplossen van het probleem.

Het volledige standpunt van WNF vind je hier (Engelstalig).

WNF voert in 2010 campagne voor een Happy End voor de tijger.

© Martin Harvey / WWF-Canon

Olifanten

Handel in ivoor van olifanten is in principe verboden, aangezien alle soorten olifanten op appendix 1 van het CITES-verdrag staan. Tijdens de vorige CITES-conferentie is het voorstel van Zuid-Afrika, Zimbabwe, Botswana en Namibië om hun olifantenpopulatie op appendix 2 te zetten goedgekeurd. Ze mochten eenmalig een bepaalde hoeveelheid ivoor, voornamelijk van op natuurlijke wijze gestorven olifanten, aan landen verkopen die hun markt in ivoor goed geregeld hadden, China en Japan.
Zambia en Tanzania hebben nu voorgesteld om hun olifantenpopulatie ook naar appendix 2 te plaatsen, zodat ze ook, onder voorwaarden, een deel van hun ivoor mogen verkopen.

WNF vindt het nog te vroeg om een dergelijke eenmalige verkoop weer toe te staan. Het zou beter zijn te wachten met nog zo’n legale verkoop van ivoor tot er meer informatie is over of zo'n legale verkoop ook tot een toename in illegale jacht en illegale ivoorhandel leidt. WNF is daarom tegen dit voorstel van Zambia en Tanzania.

Verder heeft een aantal Afrikaanse landen (Congo, Ghana, Kenia, Liberia, Mali, Rwanda and Sierra Leone) een voorstel ingediend om CITES-voorstellen over olifanten of over het toestaan van legale ivoorhandel, voor de komende 18 jaar te verbieden.
Het is wettelijk gezien onder het CITES-verdrag niet mogelijk om landen te verbieden voorstellen in te dienen. Bovendien bestaat het risico dat als dit voorstel voor een moratorium op ivoorhandel voor 18 jaar aangenomen wordt, landen ‘reserveringen’ (bezwaren) indienen tegen het voorstel, waardoor deze landen van handelscontrole uitgesloten zouden zijn. In de praktijk komt het erop neer dat dit voorstel van diverse Afrikaanse landen juist de hele discussie over ivoorhandel weer zou openen, en landen die ivoor willen importeren onder de ivoorhandel-beperkingen uit zouden kunnen komen.

WNF zal om die redenen het voorstel niet steunen.

Het volledige standpunt van WNF vind je hier (Engelstalig).

Indische neushoorn in het Chitwan National Park, Nepal

© Michel GUNTHER / WWF-Canon

Het secretariaat van CITES heeft aanbevelingen gedaan om de illegale jacht en handel nog verder aan banden te leggen. IUCN en TRAFFIC hebben, met financiële steun van WNF, de huidige status van de vijf neushoornsoorten ter wereld gedocumenteerd, waaruit ook blijkt dat illegale jacht door goed georganiseerde bendes wereldwijd toeneemt. Illegale jacht nam met name toe in Zuid-Afrika en Zimbabwe, en Vietnam is een belangrijk consumptieland. De neushoornpopulaties in Maleisië, Indonesië en Vietnam zouden beter in de gaten gehouden moeten worden. Verder zijn er problemen met de registratie van opgeslagen neushoorn-hoorn en het beheer ervan, die moeten worden opgelost.

WNF is het eens met de aanbevelingen van het CITES-secretariaat en IUCN en TRAFFIC. Verder zouden we graag zien dat bij de handhaving van de wet met betrekking tot neushoornjacht en – handel meer samengewerkt wordt met instanties die zich ook bezig houden met andere soorten criminaliteit, zoals drugs- en wapenhandel. Deze vormen van criminaliteit blijken vaak aan elkaar gekoppeld te zijn en de opsporing zou er daarom bij gebaat zijn.

Het volledige standpunt van WNF vind je hier (Engelstalig).

IJsbeer, Rusland

© WWF/ 26691

IJsberen

Er is voorgesteld om ijsberen van appendix 2 te verplaatsen naar appendix 1. WNF heeft de analyses van de handelsdata heel goed bekeken en is tot de conclusie gekomen dat de belangrijkste reden voor de afname van ijsberen niet de internationale handel is, maar eerder de gevolgen van klimaatverandering. CITES heeft heel strikte criteria waaraan de achteruitgang van een soort moet voldoen voordat de handel volledig verboden wordt. De ijsberenpopulatie is niet schrikbarend afgenomen, en de belangrijkste bedreiging is niet internationale handel. Aangezien de soort dus niet voldoet aan de criteria van CITES, kan de handel ook niet door CITES gereguleerd worden.

WNF zal daarom dit ijsberenvoorstel niet ondersteunen.

Het volledige standpunt van WNF vind je hier (Engelstalig).

© Michel Gunther / WWF-Canon

Bloedkoraal

Er is voorgesteld de meer dan 30 soorten in deze familie van koraal op Appendix 2 te plaatsen. De gekleurde skeletten van deze soorten worden vaak gebruikt voor het maken van juwelen en kunstvoorwerpen. Als kolonies niet verstoord worden, kunnen ze meer dan honderd jaar oud worden en wel 50 cm hoog. Door de enorme vraag en niet-duurzame oogst, zijn veel kolonies nu dramatisch in grootte afgenomen.

WNF is van mening dat dit voorstel aangenomen moet worden.

Het volledige standpunt van WNF vind je hier (Engelstalig).

© Rudolf Svenson / WWF-Canon

Doornyhaai en haringhaai

Voor deze soorten is al meerdere keren een appendix 2-plaatsing voorgesteld. De doornhaaipopulaties in de Europese wateren waren in de late jaren tachtig al zo overbevist dat visbestanden in de VS en Argentinie, en later in Canada en Nieuw Zeeland de Europese markt moesten gaan voorzien. Beide soorten worden vaak gebruikt voor haaienvinnensoep.

WNF zou graag zien dat deze voorstellen deze keer aangenomen worden.

Het volledige standpunt van WNF voor de haringhaai vind je hier en voor de doornhaai hier (beide in het Engels).

Hamerhaai

© © WWF-Canon / Cat HOLLOWAY

Hamerhaaien en roofhaaien (ook wel menshaaien)

De geschulpte hamerhaai wordt verhandeld voor de vinnen. De andere soorten lijken veel op de geschulpte hamerhaai en worden ook verhandeld voor vinnen. Momenteel wordt de handel in deze haaiensoorten nog op geen enkele manier gereguleerd. Omdat het lastig is de vinnen van de verschillende soorten uit elkaar te houden, is voorgesteld alle vijf de soorten op appendix 2 te zetten.

WNF zal pleiten voor het aannemen van deze voorstellen.

Het volledige standpunt van WNF vind je hier (Engelstalig).

© Brent Stirton / Getty Images

Oceanische witpunthaai (ook wel witpunthaai)

Deze haai wordt vaak als bijvangst gevangen. Aangezien het vlees van de haai niet bijzonder veel waard is, worden de vinnen vaak afgesneden voor de handel en de haai terug in zee gegooid.. De haaiensoort is erg gevoelig voor overbevissing doordat de populatie heel erg traag groeit.
Het voorstel is om ook deze haai op te nemen in appendix 2.

WNF steunt dit voorstel.

Het volledige standpunt van WNF vind je hier (Engelstalig).