Spring naar content

Klimaatverandering


Klimaatverandering is een feit: de temperatuur op aarde stijgt gestaag. Wij dragen daar als mensen voor een belangrijk deel aan bij door de uitstoot van koolstofdioxide (CO2).

Niet alleen op het land merken we steeds meer de gevolgen hiervan, ook in zee zijn de effecten zichtbaar. Het water in de oceanen warmt op en verzuurt.

Opwarming van de zee

Tubbataha marine park Filippijnen Koraaldriehoek
Koraal is zeer gevoelig voor opwarming van de zee. Eén graad verhoging van het zeewater kan al teveel zijn.

In een gezonde situatie krijgen koraaldiertjes hun voedsel en kleur van kleine algjes. Dit algje kan alleen gedijen in schoon, helder water. Zodra zijn omgeving verstoord raakt door een te hoge temperatuur of vervuiling, slaat het op hol. Het produceert dan te veel voedingsstoffen en giftige stoffen. Hierdoor sterft het koraal uiteindelijk af.

Wat overblijft is zijn witachtige kalkskelet. Daarom wordt dit fenomeen ook wel 'verbleking' (in het Engels: 'bleaching') genoemd.

Voedsel schaarser

Zwemmende ijsbeer voor de kust van Alaska
Maar niet alleen het koraal lijdt onder klimaatverandering, ook zeedieren hebben het moeilijker. Veel dieren moeten verder zwemmen voor hun voedsel. Denk bijvoorbeeld aan ijsberen die een langere weg moeten afleggen tussen de voedselrijke ijskappen en het land waar ze ‘s zomers verblijven.

Ook voor walvissen, pinguïns en zeehonden wordt het eten steeds schaarser. Zij eten krill, een soort garnaaltje, dat in de wateren van Antarctica leeft. Krill leeft op zijn beurt van plankton dat onder het pakijs groeit. Als het ijs smelt, verdwijnt het eten voor de krill, en daarmee de krill zelf. Voor de walvis, pinguïn en zeehond blijft er dus ook minder voedsel over.

El NiƱo

Iedere twee jaar vind het fenomeen El Niño plaats, waarbij het zeewater over de hele wereld warmer wordt. El Niño van 1998 heeft overal ter wereld koraal aangetast. Het Great Barrier Reef heeft er veel van te lijden gehad en in Oost-Afrika is zelfs ruim 90 procent van de riffen aangetast.

Verzuring van zeewater

De grote CO2-uitstoot leidt niet alleen tot hogere temperaturen, maar ook tot verhoging van de zuurgraad van het zeewater. Voor schelpdieren en koraal is dat rampzalig. Hun behuizing bestaat voornamelijk uit kalk, en dat lost op in zuur(der) water.

Verschuiving van leefgebied

Gele koraalvlinder (vis), Rode Zee
We kunnen nog lang niet alle gevolgen van klimaatverandering overzien. Maar wetenschappers verwachten wel een grootschalige herverdeling van vispopulaties.

Zo zullen sommige soorten meeverhuizen met de nieuwe temperatuurgrenzen, anderen zullen de veranderingen niet overleven. Dat biedt kansen, maar ook bedreigingen voor zowel lokale, kleinschalige als voor commerciële visserij. Een nieuwe vissoort betekent nieuwe vangstmogelijkheden, maar aan de andere kant kan zo'n vis juist ook het ecosysteem verstoren.

In tropische gebieden zullen de gevolgen het duidelijkst worden. Naar verwachting krijgen lokale vissers daar het meest te maken met uitstervende vissoorten. De temperatuurstijging en verzuring maken de ecosystemen bovendien kwetsbaar voor de veranderende omstandigheden.

Kabeljauw

Voor kabeljauw zijn de gevolgen van temperatuurstijging al in kaart gebracht. Bij deze soort hangen watertemperatuur en voortplanting nauw samen. Naar verwachting schuift het leefgebied waar de kabeljauw zich succesvol kan voortplanten in noordelijke richting op.

De kabeljauw wordt op dit moment overbevist. Daarom is het belangrijk dat overheden dit soort veranderingen meenemen in hun beslissingen over het beheer van de visbestanden.

Het Wereld Natuur Fonds pleit er dan ook voor dat overheden, vissers en wetenschappers kijken naar de brede effecten van visserij, op het niveau van het ecosysteem.