Spring naar content

Noordzeevissen onder druk


Ondanks deze mooie resultaten gaat het nog niet met alle vis in de Noordzee even goed. Lees de stand van zaken voor:

Kabeljauw

Vooral de kabeljauw heeft het zwaar te verduren in de Noordzee. Kabeljauw kan maar liefst 2 meter groot worden, maar in Europa mag de kabeljauw al bij 35 cm worden opgevist.  In de Noordzee wordt 95 procent van de kabeljauw opgevist voordat hij zich heeft kunnen voortplanten.  De vis krijgt simpelweg niet de tijd om uit te groeien tot zijn maximale lengte.

Omdat de Europese Ministers geen (tijdelijk) vangstverbod instellen, staat het er elk jaar slechter voor met de kabeljauw.

Gelukkig is er nu wel een kabeljauwherstelplan, dat kabeljauwsterfte door visserij moet terugdringen. Het WNF heeft hier jaren voor gepleit. Nu werken we nauw samen met de visserijsector en overheid om kabeljauw in de Noordzee te herstellen. Bijvoorbeeld door bijvangsten van kabeljauw te verminderen door aanpassingen in het visnet of door gebieden met veel kabeljauw te ontzien. Toch zal ook de capaciteit van de Noordzeevisserij naar beneden moeten om de natuur een kans te geven.

Schol

De schol, een platvis die zich ingraaft in het zand, is een van de meest beviste soorten uit de Noordzee. Om aan zich aan de jarenlange overbevissing aan te passen, heeft de schol een kenmerkende overlevingsstrategie ontwikkeld.

Om niet uit te sterven gaan jonge scholletjes zich al voortplanten terwijl ze amper 3 jaar oud zijn, in plaats van de normale leeftijd van 6 tot 9 jaar.

Vroeger konden schollen wel een meter lang worden, maar door de intensieve bevissing halen ze nu nog maar zelden de vijftig centimeter.

Door een beter beheerplan voor platvis en goede samenwerking met overheid en visserijsector is overbevissing op platvis sterk teruggedrongen en heeft schol de kans gekregen zich te herstellen.

Inmiddels bevindt de Noordzeeschol zich weer op een veilig niveau, en zijn de eerste bedrijven, van de Ekofish Group uit Urk, gecertificeerd voor het MSC-keurmerk.

Tong

Beentongvis
De tong is een van de belangrijkste vissoorten voor de Nederlandse vissers. De tong is een platvis die zich in de bodem ingraaft.

Om de vis te vangen worden vaak sleepnetten gebruikt die met kettingen over de bodem trekken (boomkorvisserij). Hierdoor loopt het bodemleven flinke schade op.

Tong kan ook op een duurzamere manier gevangen worden met een passieve vistechniek.

Een deel van de Nederlandse tongvisserij heeft in november 2009 het MSC-keurmerk behaald voor duurzame tong, gevangen met verticale, staande netten (‘staandwant’).

Wijting

Wijting is een roofvis waarop actief gevist wordt, onder andere voor kattenvoer. Behalve de volwassen exemplaren, komen er jaarlijks echter tienduizenden jonge, ondermaatse wijtinkjes in de netten van de vissers terecht.

Ook door de intensieve garnalenvisserij op de Waddenzee wordt veel jonge wijting bijgevangen. Hierdoor gaat het bergafwaarts met de wijting.

Wetenschappers adviseren al een paar jaar om de visserij te minimaliseren, zodat het bestand kan herstellen.

Makreel

Makreel is geen vis die vlak boven de bodem zwemt, zoals platvis, maar in de open waterkolom. Het is een zogenaamde pelagische (vrij rondzwemmende) soort, die grote afstanden aflegt.

De Nederlandse Pelagische Diepvries Trawler Vereniging (PFA) heeft in juli 2009 de MSC-certificering voor zijn makreelvisserij behaald. De schepen gebruiken sleepnetten die de bodem niet raken, soms gebruiken ze een span van 2 schepen die het net voorttrekken.

Er is voor makreel door de industrie en wetenschappers een langetermijnbeheerplan opgesteld. Deze moet echter nog ingevoerd worden door de Europese Commissie.

Noordzeeharing

Duurzame haring

Ook haring is een pelagische soort en zwemt in grote scholen in de open waterkolom. De Noordzeeharing paait bij Schotland en de larven drijven naar Denemarken waar ze opgroeien tot volwassen haring.

Na een grote crisis in de jaren ’90 waardoor de vangsten een tijd volledig zijn stopgezet, heeft de Noordzeeharing zich weer hersteld. Het is zelfs gelukt een MSC-certificering voor deze vis te behalen. Bijna alle haring die in Nederland te koop is, heeft het MSC-keurmerk.

Echter, om onverklaarbare redenen neemt de aanwas van jonge haring sinds 2002 sterk af. De visserij probeert zich verantwoordelijke te gedragen, maar de quota gaan elk jaar met sprongen naar beneden en het beheer moet constant aangepast worden. Pas als de haringstand weer toeneemt, kan deze vis weer gewoon gevangen worden.

Hollandse garnaal

Hollandse garnalen worden vooral gevangen in de Waddenzee. Bodemberoering en bijvangst zijn de grootste problemen met deze visserij. Er worden veel jonge platvisjes meegevangen (‘postzegeltjes’). Maar ook ander zeeleven verdwijnt in de netten en de bijvangst kan oplopen tot 40%.

Daarom moeten er maatregelen genomen worden, zoals het gebruik van een zeeflap, waarmee grotere vissen en zeedieren buiten het net gehouden worden. Voor de postzegeltjes heeft dit echter geen zin, die zijn te klein.

Een aantal vissers heeft het MSC-certificaat aangevraagd. Voordat deze afgegeven kan worden, moeten er eerst duidelijke afspraken komen over het verminderen van de visserijdruk, het instellen van gesloten gebieden en seizoenen, en het toepassen van maatregelen die de bijvangst verminderen.