Water
Wetlands onder druk
Droogleggen en kanalisatie
Verreweg de grootste bedreiging voor wetlands is het grote aantal mensen dat in of nabij deze gebieden leeft. Al eeuwenlang worden wetlands drooggelegd voor:
- Landbouw
- Industrie
- Bewoning
- Bestrijding van ziektes als malaria
Daarnaast zijn waterlopen rechtgetrokken, bedijkt, afgedamd of verlegd. Niet alleen om ruimte te creëren, maar ook om water sneller af te voeren of de scheepvaart te verbeteren.
Vooral de laatste eeuw gaat dit erg hard. De afgelopen 50 jaar is de helft (!) van alle zoetwatergebieden in de wereld verloren gegaan. Met name in de overstromingsvlaktes van rivieren is veel natuur omgezet in landbouwgebied.
Hierdoor gaat enorm veel waardevolle natuur verloren. Veel dieren worden met uitsterven bedreigd. De visstand in rivieren daalt vaak dramatisch en stroomafwaarts wordt het overstromingsgevaar steeds groter.
Ook raken natuurgebieden steeds meer versnipperd: kleinere gebieden, ver van elkaar af. Dit is desastreus voor dieren die een groot leefgebied nodig hebben, zoals de olifant en de orang oetan in Kinabatangan (Borneo). Of voor dieren die alleen in specifieke gebieden voorkomen, zoals de Kafue lechwe in de Kafue Flats (Zambia).
Een oplossing is integraal waterbeheer: bij ingrepen in de natuur worden alle gevolgen meegewogen, ook gevolgen ver stroomafwaarts. Zodat bijvoorbeeld het droogleggen van moerassen elders niet leidt tot minder vis en overstromingen, vaak in een ander land. Het WNF probeert dit integraal waterbeheer te stimuleren. Zij probeert in stroomgebieden van rivieren alle betrokken partijen te betrekken bij een goed riviermanagement. Lees verder wat het WNF doet.
Irrigatie
Vooral delta's, binnenzeeën en meren kunnen erg lijden onder irrigatie. Water dat stroomopwaarts aan de rivier onttrokken wordt, vaak voor de landbouw, bereikt de monding niet meer.
Zo dreigt het Aralmeer in Oezbekistan langzaam te verdwijnen omdat de Amoe Darja het meer niet meer bereikt. Het water van de rivier wordt gebruikt voor katoenteelt, waarbij veel water verdampt. Voor de Indus in Pakistan levert irrigatie een regelrechte bedreiging op. De rivierdolfijn bijvoorbeeld komt in het nauw.
Stuwdammen
Vanaf de jaren zestig zijn veel stuwdammen gebouwd om energie op te wekken en om een watervoorraad te creëren. Veel dammen blijken een verwoestende werking op de omgeving te hebben: voor het stuwmeer verdwijnt veel natuur (vaak wetland) mensen moeten evacueren. Vervolgens leiden stuwmeren tot een totaal andere waterhuishouding van de rivier. De natuurlijke afwisseling van hoog en laag water verdwijnt, met als gevolg verdroging, vernietiging van wetlands en het verdwijnen van vis en waterafhankelijke dieren.
Een klassiek voorbeeld is de Aswandam in Egypte. Hij is gebouwd voor energievoorziening en om de landbouw langs de Nijl te verbeteren. Maar de boeren hebben het er niet beter op gekregen. Vroeger overstroomde de Nijl jaarlijks en werden de landbouwgronden overspoeld met vruchtbaar slib. Sinds de aanleg van de dam gebeurt dit niet meer en moeten de boeren kostbare kunstmest aanschaffen.
De Nijldelta trok zich terug en zoutwater drong het land binnen, ondergronds maar liefst 30 km landinwaarts. Vele drinkwaterbronnen werden onbruikbaar.
Het WNF heeft richtlijnen opgesteld voor het bouwen van 'goede dammen', dammen die geen verwoestende werking hebben op mens en natuur (zie hiervoor Dam Right, an investors guide on dams).
Daarnaast stimuleert het WNF bij bestaande dammen het nemen van maatregelen die het riviersysteem ten goede komen, zoals het herstel van de natuurlijke watercyclus.
Dit gebeurt bijvoorbeeld in Kafue flats (Zambia). De stuwdammen laten in de regentijd meer water door en in de droge tijd minder, zodat weer een normaal patroon van overstromen en droogstaan ontstaat, zonder dat dit ten koste gaat van de stroomvoorziening.
Vervuiling
Vervuiling van water is een groot probleem. Giftige stoffen in het water veroorzaken de dood van planten en dieren, beperken de voortplanting, veroorzaken immuunziekten of tasten de genen aan. Veel planten en dieren worden hierdoor ernstig bedreigd, zoals de kleine flamingo (Lake Nakuru, Kenia), de rivierdolfijn (Yangtze, China) en de otter (o.a. in Nederland).
In Nederland waren de meeste wateren in de jaren zestig ernstig vervuild. Maar tegenwoordig is de kwaliteit nu op veel plaatsen weer redelijk tot goed. Daardoor is bijvoorbeeld de amfibiënstand flink toegenomen (padden, kikkers en salamanders).Elders in de wereld is dit nog lang niet het geval. In landen waar de bevolkingsdichtheid sterk toeneemt, is het probleem het grootst. Riolen van miljoenensteden worden rechtstreeks geloosd op het oppervlaktewater. Sommige rivieren zijn zwart en levenloos.
Waterrijke gebieden worden ook aangetast door ontbossingen in de bergen en hooglanden waar zij ontspringen. Houtkap leidt ertoe dat de grond die het regenwater opving en vasthield, wegspoelt (erosie). Als het regent, stroomt al het water in één keer in de rivier, wat in lager gelegen gebieden tot catastrofale watervloeden leidt.
Bovendien bezinkt de grond die wegspoelt van de hellingen in lager gelegen gebieden. Daardoor slibben wetlands dicht. Zij kunnen daardoor minder water opvangen, wat opnieuw tot grotere watervloeden verderop leidt.
Ook hier is de oplossing integraal waterbeheer. Het tegengaan van ontbossing in de bovenloop is vaak essentieel voor een goede waterhuishouding. Zo zet het WNF zich sterk in voor het beschermen (duurzaam gebruiken) van de bergbossen in de bovenloop van de Kinabatangan, naast het herstellen van de natuur langs de benedenloop.