Pelagische voshaai

Pelagische voshaai
Wetenschappelijke naam Alopias pelagicus
Engelse naam pelagic thresher
Verspreiding Indische en Grote Oceaan
Leeftijd mogelijk tot 29 jaar
Voeding kleine vissen, inktvis
Lengte 250 tot 300 cm; max. 365 cm
Biotoop Open zee
Status kwetsbaar

Voshaaien zijn goed te herkennen aan de zeer lange bovenste staartlob, die ze mogelijk gebruiken om prooivissen bij elkaar te jagen en met zwiepende slagen te verdoven. De pelagische voshaai is de kleinste van de drie soorten. Hij leeft meer op de open zee dan de gewone voshaai, hoewel .

Aan de rugzijde is de pelagische voshaai donkerblauw gekleurd, de buikzijde is wit. Anders dan bij de gewone voshaai zit er geen wit boven de basis van de borstvinnen. Zijn staart is bijna even lang als de rest van zijn lichaam.  Hij heeft grote ogen, maar toch aanzienlijk minder groot dan die van de grootoogvoshaai.  

Deze haaiensoort is levendbarend. Het vrouwtje krijgt per keer slechts twee jongen die zich in de baarmoeder voeden met onbevruchte eieren en bij de geboorte al zo’n anderhalve meter lang zijn.  De trage voortplanting maakt voshaaien erg gevoelig voor overbevissing. Er wordt gericht op deze haaien gevist, vooral om hun vinnen. Daarnaast vormen ze vaak bijvangst.

Nieuws en resultaten