Jaguar

Jaguar
Wetenschappelijke naam Panthera onca
Engelse naam jaguar
Verspreiding Midden- en Zuid-Amerika
Leeftijd 10 - 20 jaar (record: 22 jaar)
Voeding allerlei dieren, zoals herten, agoeti's, pekari's, tapirs maar ook vissen en kevers
Lengte 1,1 - 1,9 m, staart 45 - 75 cm
Gewicht 35 - 110 kg (record 160 kg)
Biotoop regenwoud, wetland
Status bijna bedreigd
De jaguar is de grootste kat van Amerika. Hij lijkt op de luipaard (die in Afrika en Azië leeft en ook wel panter genoemd wordt) maar is steviger gebouwd. Vooral zijn kop is breder. Een ander verschil is dat binnen de zwarte 'rozetten' op zijn vacht soms kleinere zwarte vlekken zitten, iets wat bij luipaarden nooit voorkomt. Net als bij de luipaard komen er bij de jaguar ook volledig zwarte exemplaren voor. Jaguars leven vooral in tropische bossen en hebben een voorkeur voor waterrijke gebieden. Ze zijn ook niet bang voor water en kunnen goed zwemmen. Hun dieet is zeer divers. Ze jagen bij voorkeur op grote prooien, zoals tapirs, capibara's (grote knaagdieren) en pekari's (een soort zwijnen). Maar de jaguar neemt ook genoegen met kleinere dieren, van zoetwaterschildpadden tot kevers. Het mannetje leeft solitair, het vrouwtje zorgt ongeveer twee jaar lang voor haar jongen. Hoewel de jaguar nog niet het gevaar loopt als soort uit te sterven, wordt hij plaatselijk wel bedreigd. Op veel plaatsen waar hij van oorsprong voorkwam, is hij nu verdwenen. Tot enkele tientallen jaren geleden was de jacht een belangrijke oorzaak van zijn achteruitgang. Die dreiging is weer helemaal terug: de jaguar wordt gestroopt om zijn lichaamsdelen te gebruiken in traditionele medicijnen in China. Daarnaast is het verdwijnen van zijn leefgebied een groot probleem. Vooral de omvorming van natuurlijk bos tot sojaplantages en weiland zorgt ervoor dat het leefgebied van de jaguar steeds kleiner wordt. Waar jaguars vee doden, komen ze in conflict met boeren en worden ze soms gedood.Het Wereld Natuur Fonds werkt in het Amazonegebied, het belangrijkste leefgebied van de jaguar, aan de bescherming van grote stukken regenwoud en aan het stimuleren van duurzaam gebruik van het bos.