Narwal

Narwal
Wetenschappelijke naam Monodon monoceros
Engelse naam narwhal
Verspreiding koude noordelijke wateren, in de buurt van het pakijs
Leeftijd 30 - 40 jaar
Voeding inktvis, vis, weekdieren, kreeftachtigen
Lengte 3,8 - 5 m, bij geboorte 1,5 - 1,7 m
Gewicht 800 - 1600 kg, bij geboorte 80 kg
Status bijna bedreigd
De narwal is de meest noordelijk voorkomende walvisachtige. De staartvin is bol en de flippers zijn naar boven omgekruld. Bij geboorte zijn de dieren egaal grijs van kleur, later worden ze donkergevlekt. Narwals hebben slechts twee tanden in de bovenkaak. Bij mannetjes groeit de linkertand uit tot een enorme slagtand, die wel drie meter lang kan worden. Ze gebruiken de tand bij onderlinge duels in de voortplantingstijd. Een enkele keer groeien beide tanden door en heeft een man twee 'hoorns'. De vrouwtjes hebben zelden een slagtand.

Tussen 6 en 12 jaar?

Op zoek naar leuke dierweetjes? Snuffel ook eens rond in de dierenbieb van de Rangerclub. Daar kun je ruim 1000 dieren vinden. En elke dag komen er weer nieuwe bij!